
De kern van het gebied die in het westen grenst aan de Bergstraße en in het zuiden aan het Neckardal, vormt het Odenwald met zijn hoogste top, de "Katzenbuckel" (628 meter). Na een tocht door de Rijnvlakte komt men in het bergachtige, uit graniet en andere, uit kristallen bestaande, gesteenten opgebouwde Vordere Odenwald met zijn loofbossen en glooiende dalen. Het Hintere Odenwald wordt bepaald door langgerekte hoogvlakten met donkere bossen en ravijnachtige dalen. In het oosten, waar de kleurige zandsteen overgaat in schelpkalk, ligt het intensief agrarisch gecultiveerde bouwland het boerenland dus. Karakteristiek zijn de wijnhellingen van Main- en Tauberdal. De landstrook tussen het Rijndal en de steile hellingen van het Odenwald is de "Bergstraße". De Bergstraße is een oude handelsweg die de Romeinen "strata montana" noemden en behoort tot het UNESCO-wereldcultuurerfgoed.

Bezoekers houden van dit gebied waar de lente vroeg begint, de zomer lang duurt en de gouden herfst tot in november royaal met kleuren speelt. Vooral in het voorjaar veranderen de fruitbomen het noordelijke gedeelte van de Bergstraße in één grote bloesemzee. Het zuidelijke gedeelte wordt beheerst door de wijnstokken op de glooiende hellingen waar de druiven rijpen voor heerlijke wijnen tot en met de laatste pluk en voor de Eiswein en voor de sekt. Aan de westelijke helling van het Odenwald vindt men sporen van meer dan 2000 jaar geschiedenis. Burchten, kastelen, middeleeuwse adelsresidenties, historische vakwerkhuizen, fiere raadhuizen in door sagen omringde plaatsen met doolhoven van steegjes aaneen geregen als parels aan een snoer zijn de tijdgetuigen van deze streek en vertellen over een bewogen verleden. Kelten, Germanen, Romeinen, Alemannen en Franken schreven hier de eerste geschiedenishoofdstukken. Wie kent niet de Nibelungen-sage en de verhalen over Siegfried en Kriemhild, de draak, Brunhild en Hagen?


