
Er is nauwelijks een Duits landschap dat op een zo lange geschiedenis terugkijkt als het land aan de Rijn. De Rijn is met 1320 kilometer de langste rivier van Duitsland. Nederrijn de naam beschrijft niet alleen de benedenloop van de Rijn na het verlaten van het Rheinische Schiefergebirge, maar beschrijft ook het land aan de beide oevers van de stroom tot aan de Nederlandse grens. De kenner associeert daarmee een weids landschap met een netwerk van kleine rivieren, weiden, hoogveengebieden en heidevlakten, karakteristieke knotwilgen, lanen met populieren en uitgestrekte natuurgebieden. Maar ook eerbiedwaardige oude steden, sporen van een Romeins verleden, wind- en watermolens en waterburchten en kastelen. De sfeer van het eindeloos lijkende, eenzame landschap en die van de pulserende grote steden vormen een boeiend contrast.

Kunst en cultuur, feesten en folklore. Daarvoor is deze streek als het ware voorbestemd. Het doet er niet toe of men te voet, op de fiets of via het water onderweg is, of men met nostalgische treinen door het land stoomt of met de postkoets over de historische routes hobbelt, het Rijnlandschap is altijd indrukwekkend. En dan het water: talrijke meren, beken en rivieren vormen niet alleen een paradijs voor actieve watersporters, maar ook voor de hobbyvissers. Wanneer we over water praten, moeten we vooral de buitengewoon gunstige ligging van Duisburg noemen aan de monding van de Roer en de Rijn. Deze ligging heeft de stad met 19 havenbekkens tot de grootste binnenhaven ter wereld gemaakt. Water en wind zijn de drijvende krachten van de molens zoals bijvoorbeeld in Viersen, Dinslaken, Erkelenz, Wegberg, Dormagen en Kleef..


