
In Noordrijn-Westfalen slaat nog steeds het hart van de Duitse zware industrie, de streek die in het zuiden door de Roer, in het noorden door de Lippe, in het westen door de Rijn en in het oosten door de stad Hamm wordt gemarkeerd. Het Roergebied is de grootste Duitse en Europese industriestreek waar op 4.400 vierkante kilometer meer dan 5 miljoen mensen leven. De economische betekenis van deze streek is oorspronkelijk ontstaan door de steenkolenmijnen en de daarmee verbonden industrieën, vooral de ijzer- en staalindustrie. Staalmagnaten, zoals Krupp en Thyssen bouwden hier hun imperium op. Vandaag is deze veel geciteerde hartslag wel langzamer geworden in het Roergebied voltrekt zich een structuurverandering, handel en dienstverlening zijn naast oude industrieën opgestaan en op veel plekken inmiddels belangrijker.

Een dicht netwerk van straten, spoorlijnen en waterwegen doorkruizen de streek, waar de woonwijken en industriecomplexen zonder duidelijke grenzen in elkaar overgaan. Deze streek biedt vandaag tal van recreatiemogelijkheden aan de vele stuwmeren en in de parken. Maar voor de toeristen is het fenomeen Roergebied vooral attractief vanwege zijn technische bezienswaardigheden en de nog draaiende industriecomplexen en de musea. Ideaal voor een reis door deze industriestreek is de in 1999 geopende route van de industriecultuur. Op een 400 kilometer lang circuit verbindt zij meer dan 50 bijzondere overblijfselen en unieke bezienswaardigheden uit 150 jaar industriegeschiedenis tot aan de verandering van nu. Nergens vindt u zoveel spectaculaire bijzonderheden bij elkaar als hier. In deze buitengewone streek is niet alleen veel te zien, maar ook heel veel te beleven.


