Van een wandeling over de traditionele vismarkt in Hamburg-Altona met z'n welbespraakte visboeren krijg je echt trek in de producten van de streek: een stevig broodje vis of een fijne Finkenwerder schol op labskous (stamppot), een rolmops of Hamburgse palingsoep met gedroogd fruit in bouillon van hambeen.
De kust - dat betekent Kieler sprotten met roerei aan de Oostzee en Helgolandse kreeftensoep aan de Noordzee. Dat betekent Mecklenburgse paling- en Holsteinse mosselsoep. Tot diep in het binnenland zal men schol met spek en garnalen vinden en tot helemaal in het zuiden in het Alpenland 'Matjes' (maatjesharing) met uien en zachte roomsaus.
De mensen uit het Spreewald zijn dol op hun edelvis in een aromatische bouillon van wortelgroente, verfijnd met zure room. De kleine blauwe zeemosselen moet men op z'n minst een keer op de Rijnlandse manier hebben geproefd. De visvijvers in Franken voorzien ons overvloedig van karper. Men eet hem blauw of gebakken, al naargelang de voorkeur. Uit dezelfde wateren komen ook snoek en zandbaars.
Forellen zijn in het zuiden bijzonder populair. Blauw of à la meunière - in het Zwarte Woud ontbreken ze op geen enkele menukaart. Evenmin als verder naar het oosten de aan de forel verwante marenen: de 'Felchen' (meerforellen) uit de Bodensee of de 'Renken' (grote marenen) uit de Starnberger- en Ammersee. Deze laatste komen vooral gerookt het best tot hun recht - als 'Steckerlfisch' staan ze in de biertuin op stokjes in het gelid.
