Duitsland kent 13 wijnbouwgebieden: Rheinhessen, Pfalz, Baden, Moezel-Saar-Ruwer, Württemberg, Franken, Nahe, Rheingau, Mittelrhein, Ahr, Hessische Bergstrasse, Saale-Unstrut en Saksen. De wijnregio Moezel-Saar-Ruwer in het westen blinkt uit door de temperamentvolle Riesling en Müller-Thurgau, de Elbe in het oosten door de Rivaner en de fijnfruitige Weiss- en Grauburgunder.
Van het Bodenmeer in het zuiden tot de omgeving van Bonn veel verder noordelijk voert de Rijnroute door een waar wijnparadijs. Men drinkt stevige Gutedel, volle Ruländer, die tegenwoordig Grauer Burgunder heet, en op de zonovergoten Kaiserstuhl de aromatische Weissherbst (rosé). De vruchtbare Rheinpfalz lokt naast Rivaner met aromatische Morio-Muskat, Kerner en Scheurebe. De Silvaner van Rheinhessen is meer dan Liebfraumilch - van fijn tot kruidig en pittig reikt het palet van witte wijnen, die ook aan de naburige Nahe te vinden zijn.
Tussen Landau en Mainz wordt bovendien rode wijn gemaakt. Vooral fluweelzachte Portugieser, maar ook de krachtige Dornfelder. Op de vulkanische en leisteenachtige bodem van het noordelijk gelegen wijnbouwgebied Ahr wordt zelfs voor het merendeel fruitige Spätburgunder aangeplant.
Verder geldt de regel: driekwart van de Duitse wijnen zijn wit.
