Alle Duitse broodsoorten protsen met hun vitamines, mineraalstoffen, eiwitten en koolhydraten. Het maakt niet uit of ze van lichte tarwebloem zijn gemaakt, zoals het milde Kasseler, of van roggemeel, zoals de lekkere zuurachtige Berlijnse, Mecklenburgse en Thüringse landbroden.
De stevige donkere pompernikkel is een volkorenbrood uit Westfalen en smaakt uitstekend bij rauwe ham. Het wordt tot de speciale broden gerekend, evenals het uienbrood, het zoete rozijnenbrood, het kruidenbrood en het caloriearme knäckebröd. Soorten met sesamzaad en zonnebloempitten worden ook steeds populairder.
Een klassiek Duits product is de Brezel ofwel zoute krakeling. Op de toonbank bij de bakker vind je ze naast knapperige vlechtbroodjes, kadetjes en pistolets, samen met maanzaadbroodjes, karwijzaadbroodjes en hoorntjes.
Dit schreeuwt gewoonweg om een Sylter garnalentoast, om een speltbrood met forelfilet of een Saksische maanzaadsoufflé.
Met andere woorden: probeer gewoon eens een sneetje roggebrood met boter. U zult versteld staan, hoe heerlijk dat smaakt.
