De Neurenbergers ruziën met de Regensburgers over het privilege van de eerste vingerdikke braadworsten. Maar één ding is zeker: in Berlijn werd de curryworst uitgevonden - in fijne plakjes gesneden, met ketchup gegarneerd en met kerrie bestrooid.
Een Hessische 'Presskopf' (preskop) kan elke vergelijking met een Beierse 'Presssack' (preskop) doorstaan, om het even of hij nu zwart is of wit. En een luchtgedroogde Westfaalse metworst zal evenmin terugdeinzen voor een met varkensvlees toebereide 'Bauernseufzer' (boerenzucht) uit Franken.
Een Korn (graanjenever) tussendoor moet kunnen. Vooral bij de 'bruine (!) boerenkool' met Pinkel, de goed gekruide gortworst met spek uit Neder-Saksen. En als het een bockbier moet zijn, dan bij de wereldberoemde Berlijnse Bockwurst (gekookte worst).
Rest nu alleen nog de Schinkenhäger bij de ham. In Westfalen is hij een absolute must. Een topjenever bij een regionaal topproduct dat ook elders van hoogste kwaliteit moet zijn - als zwartgerookte ham in het Zwarte Woud of als Ammerländer ham, gerijpt boven spaanders van beuken- en essenhout.
Maar ondanks elk reinheidsgebod - een 'Pfälzer Saumagen' (gevulde varkensmaag uit de Palts) wordt pas met aardappels, een Neder-Saksische gortworst met havergort iets fatsoenlijks. Of zou je de traditie hardnekkig moeten verloochenen?
